De echtscheidingsprocedure (Marc Boeykens)

Wanneer beide partijen of één echtgenoot beslist om een einde te stellen aan het huwelijk zal hij een procedure in echtscheiding op te starten.

Er zijn verschillende soorten procedures.

1. Onderlinge toestemming:

Het huwelijk is een contract tussen twee partners.

Zij hebben de mogelijkheid om via een nieuw contract het huwelijk te ontbinden.

Een echtscheiding bij onderlinge overeenkomst moet voorzien in een volledige regeling van de persoonlijke aspecten van de echtgenoten en de kinderen, alsook de vermogensrechtelijke aspecten.

De redactie van dergelijke overeenkomst moet gedetailleerd, juridisch correct en volledig te zijn.

Niet alleen moeten alle persoonlijke aspecten van de beide echtgenoten in detail geregeld te worden, alle maatregelen ten aanzien van de minderjarige en meerderjarige kinderen (voor zover nog ten laste en afhankelijk van de ouders) moeten gedetailleerd opgenomen worden.  Bepaalde aspecten zijn vergelijkbaar met wat geregeld moet worden bij de Vrederechter (zie bijdrage “echtelijke moeilijkheden”).

Heel belangrijk is:
– de regeling betreffende de kinderen (verblijfsregeling, onderhoudsgeld, bijzondere kosten , …);
– de regeling van de vermogensrechtelijke aspecten van de huwgemeenschap of de verdeling van het vermogen van partijen.
2. Echtscheiding op basis van onherstelbare ontwrichting:

De wetgever geeft de mogelijkheid aan partijen om uit de echt te scheiden wanneer zij bewijzen dat het huwelijk onherstelbaar ontwricht is.

Vroegere wetgeving maakte het dikwijls nodig om tijdrovende en dure procedures in te stellen opdat partijen uit de echt zouden kunnen scheiden.

Men sprak van de “vechtscheiding”.

Heden ten dage is dit niet meer het geval omdat de wetgever aan partijen voldoende mogelijkheid geeft om “zonder de vuile was uit te hangen” een echtscheiding te realiseren.

Wanneer beide partijen de echtscheiding vragen voorziet de wet een mogelijkheid om deze echtscheiding te realiseren na zes maand feitelijke scheiding of na herhaalde vraag van partijen over een periode van drie maand.

Wanneer de echtscheiding enkel kan gerealiseerd worden op vraag van één partij (en de andere partij verzet zich ertegen of werkt niet mee) dan kan deze echtscheiding gerealiseerd worden mits een ontwrichting van minstens één jaar.

De wetgever voorzag toch nog de mogelijkheid om bepaalde, specifieke feiten te laten bewijzen waardoor de onherstelbare ontwrichting wordt bewezen onder andere overspel, slagen en verwondingen, beledigingen, … : deze feiten moeten echter bewezen worden.

Wanneer de Rechtbank het vonnis velt wordt dit aan de partijen overgemaakt.

Eén der partijen moet vervolgens het vonnis officieel ter kennis te brengen (betekening) door de gerechtsdeurwaarder aan de andere partij.

Vanaf deze betekeningdatum loopt er een beroepstermijn van dertig dagen.  Wanneer niemand in beroep gaat is het vonnis definitief en zal de griffie van de Rechtbank van Eerste Aanleg het nodige doen om de Ambtenaar van de Burgerlijke Stand in te lichten zodat het echtscheidingsvonnis kan gemeld worden in de registers van de Burgerlijke Stand.

Vanaf dat moment zijn partijen, ook ten aanzien van iedereen, officieel gescheiden.

Dit is ook het startsein voor de vereffening-verdeling van de huwgemeenschap (vermogen van partijen).
Daartoe wordt in het vonnis één notaris aangesteld om deze vereffening verdeling te begeleiden en bij gebreke aan akkoord een verslag (staat van vereffening) over te maken aan de Rechtbank van Eerste Aanleg.